Een breed moratorium in de schuldhulp

Het was al een onderdeel van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs, die van kracht is gegaan in juli 2012), maar pas sinds maart 2017 kent de schuldhulp binnen het minnelijk traject het brede moratorium. Deze zogenoemde ‘afkoelingsperiode’ is ervoor bedoeld om rust te creëren in de situatie. Als er een breed moratorium wordt uitgesproken, mogen de schuldeisers bijvoorbeeld geen beslag meer leggen op de inboedel of het loon. Ook mag een geplande huisuitzetting niet doorgaan.

Breed moratorium versus smal moratorium

Voor 2017 kende het minnelijke traject binnen de schuldhulpverlening al de mogelijkheid om een afkoelingsperiode van zes maanden te laten uitspreken door de rechter. Dit was echter alleen mogelijk in geval er een bedreigende situatie dreigde te ontstaan, dus in het geval er bijvoorbeeld een huisuitzetting was aangekondigd, een afsluiting van gas, water licht of dat het contract met de zorgverzekering werd opgezegd. In die gevallen kon de schulddienstverlener een moratorium inschakelen, waarmee dit soort maatregelen door de schuldeiser, werden voorkomen. De kritiek was dat er ook voor de andere gevallen een adempauze nodig was. Dus niet alleen als de schuldeiser een woningbouwvereniging was die dreigde met ontruiming, maar ook als er een andere schuldeiser was niet wilde meewerken en zijn zware loonbeslag erdoor wilde drukken.

Moratorium in de stabilisatiefase

Het brede moratorium is vooral een handig instrument om in te zetten tijdens de eerste fase van de schulddienstverlening: de stabilisatiefase. In die fase, direct na de aanmelding, wordt tijdens de intake gekeken hoe alle schulden het beste geregeld kunnen worden en hoe kan worden voorkomen dat de schuldenaar nog dieper in de problemen raakt, voordat er een akkoord met de schuldeisers is. Een van de middelen die in die fase kan worden ingezet, is dan de afkoelingsperiode waardoor schuldeisers geen beslag meer mogen leggen of andere incassomaatregelen mogen nemen, waardoor de schulddienstverlener, samen met de schuldenaar, kan zorgen:

  • dat alle schulden in kaart zijn gebracht;
  • dat er goed overzicht is van inkomsten en uitgaven; en
  • of er wellicht nog andere hulpverlening moet worden ingeschakeld.

Op die manier wordt de ‘rustpauze’ goed benut en kan er aan het einde van de zes maanden wellicht een succesvol saneringstraject worden ingegaan.

Moratorium en dwangakkoord

Een ander hulpmiddel dat binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening kan worden ingezet, is het dwangakkoord. Weigeren één of hooguit twee schuldeisers mee te werken aan het saneringsaanbod, dan kan de schulddienstverlener ze via een dwangakkoord forceren alsnog akkoord te gaan.

Comments are closed